Van de voorzitter: Foute Politici

Een foute politicus, dat heb je dus met z’n allen gedaan. Het is heel terecht dat je als partij voor dit type falen de electorale rekening krijgt. Je bent er met z’n allen bij als je de man of vrouw op het schild hijst, daarna als de eerste twijfels komen en daarna als je het aanpakt – of laat zitten. Integriteit is the elephant in the room, maar laten we het er vooral wel over hebben.

Een politicus moet de hoogste mate van integriteit aan de dag leggen. Alleen zo maken gezagsdragers, politici, het vertrouwen waar dat de samenleving in hen stelt. Geen integere politici, geen integere overheid. Een overheid die niet integer kan zijn is een gevaar voor de burger die zij bedient. Een niet integere overheid is een bedreiging voor de individuele vrijheid. Integriteit is ook daarom voor de VVD een cruciale waarde. Des te groter de schok en de afschuw als wij met niet integer optreden van een van de onzen worden geconfronteerd.

De teleurstelling is enorm als iemand door de mand valt. Een partij, iedere partij, doet vreselijk zijn best de juiste persoon te selecteren, de juiste man of vrouw naar voren te schuiven als bestuurder. Maar uiteindelijk weet je het pas als iemand er zit, als iemand het aan het doen is. Tot dat moment kun je alles van iemand denken, alles onderzoeken, iedereen bevragen, ieder vlekje uitvergroten en ieder lijntje naspeuren, zeker weet je het eenvoudigweg nooit. Hooguit kun je zo goed mogelijk proberen te voorspellen of een kandidaat door het ijs zal zakken als de verzoekingen daar zijn, maar uiteindelijk is het toch eerst – en laatst –vertrouwen waar je op stuurt als partij.

Op een schaal van oplopende ernst neemt niet integer gedrag een aanvang in het politiek-bestuurlijke proces waar gedrag nog valt te duiden als ‘ leep’  en ‘ sluw’. Het is het begin van het hellende vlak waarop je inderdaad gemakkelijk uitglijdt. Aannemen van cadeaus, accepteren van gunsten en het onterecht indienen van declaraties springen gemakkelijk in het oog. Iets verder op de schaal is streven naar persoonlijk gewin bij het nemen van beslissingen en bevoordelen van bevriende relaties, ‘ vriendjespolitiek’, ‘belangenverstrengeling’: beslissen tegen het belang van de gemeenschap in het voordeel van jezelf. Ook het eigen persoonlijk belang stellen boven dat van hen die de politicus vertegenwoordigt, ‘ kleven aan het pluche’ en ‘zetelroof’ zijn voorbeelden van niet integer beslissen en besturen. Nog weer verder op die schaal komt het strafrecht in beeld. Het niet integere gedrag leidt tot een echt strafbaar feit met bijpassende veroordeling. Omkoping, afpersing, bedreiging, intimidatie, coöptatie, en ook seksueel misbruik vormen de treurige uiteinden van dit spectrum en vaak komen ze in combinatie.

Ergens verandert onfatsoenlijk en laakbaar in misdadig en strafbaar. Dan wordt de foute politicus een crimineel. Een criminele politicus is een heel enge soort crimineel: hij of zij is vele malen effectiever dan een doordeweekse huis tuin en keuken crimineel. Criminelen houden zich niet aan de wet en gebruiken daarvoor hun eigen vaak brakke en mankerende organisatie. Zouden ze in staat zijn efficiënte goed presterende organisaties te maken dan waren ze niet crimineel en hun organisaties dus ook niet. Een foute politicus daarentegen misbruikt onze over het algemeen efficiënte goed presterende overheid voor criminele doeleinden, met al zijn bevoegdheden en middelen en informatie, en misbruikt zijn politieke relatienetwerk. Slachtoffer zijn van dat type crimineel moet een heel enge ervaring zijn.

Ik ben naar mijn indruk nog nooit geconfronteerd met een politicus die niet integer gedrag aan de dag legt, ik heb dat nog nooit hoeven aanpakken. Ik wens mensen die er mee te dealen hebben veel wijsheid. En alertheid. Goed opletten op betrokkene, de hele tijd, op kleine signaaltjes die duiden op een losse moraal en niet goed begrip van de kwetsbaarheid van de functie en het belang van de rechte rug. Vroeg ingrijpen als die signaaltjes er zijn, betrokkene confronteren en doorvragen, niet genoegen nemen met een geintje en een ‘wat zit je nou’. En hulp wens ik ze, in het vroegste stadium ook weer. Deel je waarnemen over betrokkene binnen de jouw vertrouwde kring zo breed mogelijk en bespreek met elkaar open wat je ziet en wat je er van denkt, wel degelijk in breed verband. Discretie mag dan een bestuurlijke deugd zijn, maar als het op bevorderen van integriteit aankomt is discretie juist een wegkijken bevorderend obstakel.

En bespreek wat je ziet en denkt nadrukkelijk vooral ook mét betrokkene, vroeg, want wat als je het fout ziet? Wat als je er naast zit met wat je denkt dat je ziet? Iemand valselijk beschuldigen van niet integer gedrag is net zo erg als de veronderstelde misstand. De schade is onherstelbaar, een beschadigde reputatie is amper te repareren. Schade die zelden beperkt blijft tot de persoon in kwestie. Omstanders en medestanders raken gemakkelijk besmet in de nasleep van een integriteitscrisis. Het ontstaan van tweespalt en splijting is dan een groot risico. Een risico dat je beperkt door zo vroeg en open mogelijk met elkaar te spreken over de normen waar je je aan houdt en de waarden waarnaar je leeft en het gedrag dat daar mee strookt. Alleen zo ontstaat een gezonde cultuur waarin integriteit nooit een issue is en waarin dingen open worden besproken vóórdat het echt lelijk wordt. Afgezien van fatsoen, deugd en wet, heb je vooral eerst elkaar nodig om telkens het juiste te kunnen doen. Een integere partij zijn, dat doe je met elkaar. Daar ben je met z’n allen bij.

Met vriendelijke groet,
René Siccama Hiemstra,
voorzitter