Van de voorzitter: Liberaliseren

Twintig jaar geleden spraken mensen veel vaker en nadrukkelijker met dedain over de overheid. De overheid was de sukkel.  Het bedrijfsleven, dáár had men het voor mekaar, daar wisten ze hoe het moest en als de overheid ergens niet uitkwam dan wist een kerel (m)  – troubleshooter –  uit het bedrijfsleven er wel raad mee. Mensen veronderstelden dat bedrijven de dingen eenvoudigweg beter organiseerden dan overheden dat ooit zouden kunnen.

Het bedrijfsleven is van de sokkel. Een reeks van gerenommeerde grote bedrijven die zich verslikken in uiterst kostbare niet renderende overnames, zich wurmen in ondoorgrondelijke constructies om belasting te vermijden en die geleid worden door bestuurders die zich schaamteloos verrijken ten koste van het bedrijf, ondertussen rücksichtslos uitsluitend koersend op korte termijn aandeelhouderswaarde. De kredietcrisis die vooraleerst een bankencrisis is. De extreme fraudes. De woekerpolissen. De onttroning van de accountants en de consultants, de advocaten en de investmentbankers. De debacles van de ICT leveranciers juist bij de overheid als klant trouwens. De graaiende bestuurders, vooral ook bij de semioverheden die net op afstand waren geplaatst – geprivatiseerd! 
In het dieptepunt van de crisis raakten de rollen omgekeerd: de overheid moest arrogante, zelfgenoegzame banken en verzekeraars redden van hun ondergang en het bedrijfsleven beteugelen in zijn geperverteerde streven naar winst, bonussen, topsalarissen en gouden handdrukken bij falend leiden. De marktwerking was doorgeslagen. Het beest moest terug in de kooi.

De overheid in 2017 doet het trouwens inderdaad wel degelijk beter dan die van 20 jaar geleden, bijvoorbeeld door de structurele inzet van ICT en daardoor een hogere productiviteit van medewerkers, heel kritische maar ook constructieve en continue zelfevaluatie van het eigen presteren en het daardoor voortdurend bijstellen van de organisatie, herhalende bezuinigingsoperaties en efficiencyslagen en ik denk een succesvol HR beleid.  De overheid van 2017 doet het im groβen Ganzen eigenlijk inderdaad best heel aardig.

Kopiëren van bedrijfsstrategie als formule voor succes, marktwerking als medicijn voor zwak overheidsoptreden, privatiseren van overheidsorganisaties om ze tot hoger rendement te stuwen: het staat allemaal niet meer op de politieke menukaart. De overheid doet het goed genoeg, het bedrijfsleven mankeert, eerder moet het de andere kant weer uit: insourcen, de overheidsvariant op doe het zelven. De Nederlandse overheid heeft inmiddels zo weer zijn eigen vastgoedbedrijf, koeriersdienst, schoonmaak en beveiliging georganiseerd om een paar van deze voorbeelden te noemen.

De moderne vorm van privatiseren is PPS, Publiek Private Samenwerking. Bedrijven en overheidsorganisaties vormen een samenwerkingsverband. Dat verband voert een contract uit waarin precies is geregeld wie wat doet onder welke voorwaarden. De overheid blijft onverminderd zelf verantwoordelijk. Het gaat over politiek-bestuurlijk- én ondernemersrisico: hoe gevaarlijk is het om deze partij dit te laten doen? Wat kan er fout gaan als deze private partij het verprutst? Hoe kan dat fout gaan? En het gaat over commercieel-financieel risico: welke baten zijn er te winnen tegen welke kosten en hoe zeker weten we dat die baten er ook echt zullen zijn? Het blijft opereren in onzekerheid en complexiteit, altijd, ongeacht de keuzes die je hierin maakt.

Marktwerking en privatisering zijn aantrekkelijke concepten voor iedere liberaal, net als dereguleren en, een andere term uit de oude doos: liberaliseren. Het zijn concepten die ondernemerschap laten werken in vrije mededinging en onder concurrentie, die maken dat gebruikers betalen in plaats van (alle, ook de niet-gebruikende) burgers, dus goed voor de economie. Het zijn concepten die zaken vrij laten in plaats van knellend reguleren. Het zijn concepten die zorgen voor een verkleinende overheid, in plaats van een groeiende overheid. Allemaal koren op de liberale molen.

Zo’n PPS contract komt alleen tot stand als er vertrouwen is tussen de partijen die de samenwerking aangaan. Zo moet ook het vertrouwen in het bedrijfsleven zich herstellen. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard zegt men wel, en als vertrouwen gaat dan steelt het dat paard ook nog ergens van iemand want het kwam kennelijk ooit zonder aangelopen. Het bedrijfsleven, bedrijven, directies en bestuurders van bedrijven moeten eerst weer zonder twijfel tot de good guys kunnen horen; maar voorlopig lijkt de maatschappelijke argwaan dat nog niet toe te laten.

Privatisering en marktwerking blijven reële manieren om een te actieve, groeiende overheid te beteugelen die om de markt met de markt concurreert. De vraag is niet wat je aan de markt overlaat, de vraag is wat de markt is. En direct daarna: welke rollen de overheid in die markt inneemt. Op het moment dat een overheid, goed of niet, taken uitvoert die net zo goed of beter privaat kunnen worden geboden is het antwoord gemakkelijk . Dan moet er geliberaliseerd worden, nog steeds, ook in 2017, en ook als die overheid het prima zelf doet – desondanks.

Met vriendelijke groet,

René Siccama Hiemstra,
voorzitter