Van de voorzitter: Nivelleren is taal

Als je meer dan de helft van je inkomen gedwongen afdraagt aan de collectiviteit, die daar dingen voor doet die niet merkbaar ten gunste van jou komen, hoe kan die collectiviteit dan een nog groter beroep op jou rechtvaardigen? Hoe kan dat nog onder een vlag van ‘eerlijk’ en ‘solidariteit’ plaats vinden? Ergens verandert geven in nemen, ergens stopt het moment dat ik nog geef en begint het moment dat er van mij wordt genomen. 

Mij is niets zo maar gegeven, althans niet meer dan dat ook anderen zoals ik dat kregen. Mijn kansen waren dezelfde als die van ieder ander en ik heb niemand benadeeld bij het benutten ervan. Dat ging met herhaald vallen en opstaan, ik ken mijn tegenslagen net als iedereen. Meer dan de helft van mijn inkomen sta ik af aan de overheid,  aan ons, en ik krijg daar maximaal evenveel maar heel zeer waarschijnlijk minder voor terug: mijn beroep op de overheid is betrekkelijk gering.  

In het maatschappelijk debat over inkomensherverdeling wordt door velen gewezen op hoe de kloof tussen arm en rijk telkens groter wordt. Ik zie die kloof niet goed, maar misschien komt dat door waar ik sta. Waar ik sta, zie ik alleen maar dat armoede vroeger naar mijn indruk een stuk armoediger was dan nu; ook armoede is aan inflatie onderhevig. In de stad: tochtige krotten langs stinkende grachten bevolkt door kindrijke gezinnen. Op het land: hutten met een vertrek met mager vee in een hoek en een open houtvuur in de ander. En overal: kinderen zonder schoenen, met holle ogen en versleten kleren, analfabete alcoholverslaafde gewelddadige vaders en ongelukkige vroegoude jonge moeders. Vuil in de straten, ziekte, kou en pijn in de huizen. Armoede, echte ellende. Dit type ellende hebben wij in Nederland al een heel lange tijd opgelost. Gefeliciteerd daarmee,  iedereen hier, met recht iets om blij en trots over te zijn. 

Ik zie waar ik sta geen rijken die zich laten chaufferen of bedienen, die anderen uitbuiten of zich verrijken ten koste van anderen. Ik zie wel mensen die in feite gevangene zijn van hun bezit en hun leefstijl, hun vermogen opgesloten in overbodige spullen en veel te veel stenen en met dezelfde uitdagingen als ieder ander, namelijk rondkomen iedere maand. De getallen worden groter, de problemen blijven dezelfde: het kan op en het gaat op. Het wordt tijd dat we ophouden met praten over die paar mensen. Rijkdom wordt erg overschat in onze samenleving. 

Ik zie waar ik sta alleen maar succesvolle en minder succesvolle mensen uit een enorme, telkens groeiende middenklasse die voor alles, maar dan ook alles betaalt, die in hoofdzaak zwijgt daarover en die doorlopend vermanend wordt toegesproken over ongeveer alles dat in de samenleving plaatsvindt. Ik ben het overzicht kwijt over wie er allemaal waarover boos is in de samenleving, heel veel mensen voeren debatten op hoge toon momenteel over heel veel dingen.

Het is de moetende middenklasse die de schuld krijgt, heeft en draagt. De brave huisvader met anderhalf keer modaal is vrouwonvriendelijk, milieuvervuilend, CO2 uitstotend, illegaal downloadend, materialistisch, verkeersonveilig, verruwend, fileveroorzakend, te dik, burgerlijk, ongeïnteresseerd in de samenleving, intolerant, racistisch, bevooroordeeld, weet ik veel – en moet trouwens wel even de rekening oppakken. Altijd, voor alles, telkens. En het is niet de bedoeling dat die huisvader zijn stem verheft, althans niet op een andere plaats dan op het sportveld of aan de bar, of misschien thuis vanachter een krant met wat commentaar op het journaal. Kop houden, betalen en je aan de wet houden graag.

De categorie over wie ik het heb wordt in die debatten weliswaar aangesproken maar nauwelijks geadresseerd. Het is een boze blanke man, verondersteld PVV stemmend, ook dat nog. Dat is nogal ongesorteerd. In ieder geval heeft hij het gedaan, alles. Alles dat fout is in de samenleving is de schuld van die boze blanke man.

Ja we moeten herverdelen, jazeker moeten we zorgen voor de armen en de zwakken, de zieken en de vermoeiden. “Nivelleren is een feest”, zei PvdA voorzitter Hans Spekman in 2012. Ik zeg dat nivelleren taal is. Ik spreek met opzet over armen en niet over armeren, over zwakken en niet over zwakkeren. Er zijn heel veel mensen armer dan ik en kan ze niet allemaal bedienen. Ik ben, als ik moet geven, alleen geïnteresseerd in de zwaksten, niet de zwakkeren, want die zijn altijd met meer en daarvoor heb ik niet genoeg.  

Het wordt tijd dat we stoppen met het de schuld geven van alles dat mis is in de samenleving aan die moetende middenklasse. Niet dat er dan iets verandert overigens. Die moetende middenklasse wil ook een keer een feestje. Nivelleren is het feest waarvoor je wel betaalt maar niet wordt uitgenodigd.

Met vriendelijke groet,

René Siccama Hiemstra,

voorzitter