Fractie in Actie: oktober 2014

U kunt het vrijwel niet gemist hebben: er staan grote veranderingen voor de deur in het –in jargon- ‘sociaal domein’. De rijksoverheid hevelt belangrijke taken op het gebied van de jeugdzorg, de Awbz en op het gebied van Werk en Inkomen (Participatiewet) over naar de gemeenten. Op de website van de VNG staan de ontwikkelingen kort samengevat.

De rijksoverheid:

  • hevelt de begeleiding, ondersteuning en verzorging uit de Awbz per 2015 over naar de Wmo. Vanaf 2014 vervalt bovendien de aanspraak op dagbesteding en wijzigt de aanspraak op persoonlijke verzorging.
  • legt de uitvoering van de Participatiewet vanaf 2015 (voor WWB, voormalig Wajong en Wsw) bij gemeenten.
  • en maakt gemeenten per 2015 verantwoordelijk voor de jeugdzorg. Het gaat hier om de provinciale jeugdzorg, de jeugdbescherming en -reclassering, de jeugd-ggz en de zorg voor licht verstandelijk gehandicapte jeugd.

De afgelopen periode heeft de gemeenteraad tal van bijeenkomsten gehad om deze ontwikkelingen voor te bereiden. Dit gaat overigens nog lang door. Want we moeten niet de illusie hebben dat alles per 1 januari 2015 al af is. De VVD vindt de zogenaamde ‘decentralisaties’ een goede zaak. Inhoudelijk biedt deze ontwikkeling de kans om de uitgangspunten voor toegang tot tal van voorzieningen te herijken. De Rijswijkse Raad heeft de uitgangspunten voor ondersteuning vastgelegd in de Kadernota Sociaal Domein (maart 2014). Deze Kadernota heeft als subtitel gekregen “Van zorgen voor, naar zorgen dat”. Zeker ook in Rijswijk wordt het uitgangspunt dat het er vooral om gaat mensen te ondersteunen in het nemen van eigen verantwoordelijkheid en het versterken van de zelfredzaamheid. Uitgaan van wat mensen nog wél kunnen in plaats van wat niet kan, eerst kijken hoe mensen zichzelf kunnen helpen en pas als dat niet lukt de gemeente als vangnet. Als liberaal kan ik dit alleen maar onderschrijven.

Ook op het organisatorische vlak vindt VVD de decentralisaties een goede zaak. Hier is bijvoorbeeld een belangrijk uitgangspunt dat mensen zoveel mogelijk dichtbij, in de eigen wijk, worden geholpen. Er moet maatwerk worden geleverd, gekeken worden naar wat iemand écht nodig heeft. Nog belangrijker vind ik het uitgangspunt dat –zeker waar er soms meerdere problemen in gezinnen spelen- de hulp en ondersteuning vanuit één centraal punt wordt gecoördineerd. Het is belangrijk dat er overzicht is: 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. 

Het is onvoorstelbaar welke wirwar er op dit moment is aan instanties en hulpverleners, die vaak zonder enige regie ‘hun ding doen’. Ik heb als bedrijfsarts bijvoorbeeld een alleenstaande moeder in begeleiding met 2 probleemkinderen. Deze dame had op enig moment wekelijks ongeveer 20 ‘zorgcontacten’ (school, opvang, huisarts, kinderarts, schuldhulpsanering, reclassering, logopedie, jeugdzorg, kinderbescherming, gezinsondersteuning, opvoedingsondersteuning, maatschappelijk werk, psycholoog, gezinscoach, etc. etc. etc.). Overal natuurlijk weer dezelfde vragen, nét weer andere formulieren , enfin u kunt zich hier wel iets bij voorstellen. Ik juich het toe dat de nieuwe ontwikkelingen maken dat al die partijen op zijn minst beter gecoördineerd samenwerken of misschien wel op kunnen gaan in één of enkele efficiëntere organisatie(s). Door er snel bij te zijn en overzicht te hebben is bovendien de kans groter dat erger wordt voorkomen en daarmee voorkomen kan worden dat mensen aangewezen zijn op zorg en bijstand. Overigens, veel van de werkenden in de zorg zijn ook enthousiast over de ontwikkelingen en grijpen de kansen om zaken te verbeteren graag en met beide handen aan. Natuurlijk preken op dit moment veel belanghebbende instituten en organisaties ‘hel en verdoemenis’ omdat de ontwikkelingen ontegenzeggelijk gaan leiden tot het inboeten van macht, invloed en commerciële belangen van diverse spelers in de zorgindustrie. Ik hoop dat bestuurders ruggengraat tonen en zich hier niet door laten beïnvloeden!

Rijswijk werkt in de uitvoering van de decentralisaties direct samen met de gemeenten Delft, Westland en Midden-Delfland, maar ook met andere gemeenten in Haaglanden. Het gegeven dat gemeenten samenwerken en niet allemaal het wiel uitvinden is een goede zaak. Dit past helemaal in de ‘Samen en Toch Apart’-gedachte waar de Rijswijkse VVD al jaren op hamert: zoveel mogelijk efficiënt en gecoördineerd samenwerken, zonder de eigen (Rijswijkse) identiteit op te geven. Op dit punt lezen we ook veel problemen en zorgen. Ja, het is waar dat er nog veel onzekerheden zijn, maar, er wordt al jaren gewerkt aan de organisatie van de uitvoering binnen de gemeente(n). Ik heb in de afgelopen periode vele bestuurders, ambtenaren van de gemeente en uitvoerenden in de zorg gesproken en aan het werk gezien. Voor zover wij dit als Raad kunnen beoordelen, ligt de organisatie in Rijswijk op stoom. Het is bovendien erg inspirerend om te zien hoe gemotiveerd men is. 

Last but not least onderschrijf ik de decentralisaties omdat goede samenwerking, effectieve preventie en zelfredzaamheid ook besparingen opleveren. Ook dát is een doel van de decentralisaties. De rijksoverheid klopt bij het overhevelen naar de gemeentes direct ook fikse bezuinigingen in. Om u een idee te geven van de enorme bedragen die in dit circuit omgaan. Het totale over te hevelen takenpakket (WMO, Jeugdzorg, Participatie) bedraagt voor Rijswijk 61 miljoen euro.  Rijswijk budgetteert bijvoorbeeld ruim 8 miljoen euro voor jeugdzorg (diverse posten). Dit geld wordt besteed aan de zorg voor ongeveer 800 jeugdigen. (Ik weet wat u nu denkt…).

Overigens, ondanks de vele doemscenario’s die allerlei belanghebbende partijen nu de wereld in brengen, pakt deze herverdeling op dit moment voor Rijswijk helemaal niet ongunstig uit. We krijgen –in elk geval in 2015- voor veel zaken zelfs meer geld te besteden, dan we –volgens ramingen- in de afgelopen jaren uitgaven. Zonder e.e.a. te willen bagatelliseren – want er wórdt landelijk bezuinigd- lijkt dit probleem –in elk geval in Rijswijk- beperkt. 

Zal dan alles goed gaan? De vraag stellen is hem beantwoorden. Iedere verandering zal gepaard gaan met losse eindjes en onvoorziene tegenslag op organisatorisch en individueel niveau. En, zoals gezegd, het gebouw is niet af op 1 januari 2015. Bij diverse bijeenkomsten vraag ik aan de ambtenaren, die een en andere voorbereiden, wat hun grootste zorg is. Zij antwoorden dan: ‘de politiek’. “We zijn bezorgd dat bij de eerste tegenslag en het eerste ongetwijfeld schrijnende geval ‘de politiek’ zich gaat roeren en met allerlei voorstellen voor ‘reparaties’ en het aan de kaak stellen van ‘misstanden’, over elkaar heen buitelt”. 

Al met al is de VVD zeker niet ontevreden over de ingezette veranderingen. Maar, ook dát is een Rijswijks uitgangspunt dat de VVD onderschrijft, het is niet de bedoeling dat mensen tussen de wal en het schip raken. Bestaande zorg en ondersteuning wordt zoveel mogelijk gecontinueerd. De VVD zal daarom de ontwikkelingen in Rijswijk nauwgezet én welwillend volgen. We gaan niet bij een eerste incident of signaal moord en brand roepen. Wel wil ik u vragen ons, de fractie, uw negatieve en positieve ervaringen aan te reiken. Signalen uit de praktijk helpen ons immers, ons werk in de Raad nog beter te doen. 

Arthur Sterk, fractievoorzitter