Fractie in actie: Terug naar de Generaal Spoorlaan ?!

Op 9 mei jl. heeft de Raad gestemd over het Raadsvoorstel ‘Resultaten onderzoek gefaseerde uitvoering Huis van de Stad’. Hiermee is een eerste serieuze stap gezet richting de ontwikkeling van een Huis van de Stad. Er is -terecht- veel beroering over. Het is immers niet niks om te besluiten terug te keren naar het Oude Stadhuis. De renovatiekosten zijn becijferd op € 27,9 miljoen. De totale kosten ‘netto contant’ over een periode van 25 jaar bedragen € 67,4 miljoen. 

Hieraan moet overigens onmiddellijk worden toegevoegd dat blijven zitten in Hoogvoorde natuurlijk ook niet gratis is! Over 25 jaar uitgesmeerd zou dit, inclusief slopen van het Oude Stadhuis en het huisvesten van de andere organisaties die nu onderdeel worden van het Huis van Stad, € 71,3 miljoen kosten.

Het definitieve besluit tot terugkeer is overigens nog niet genomen. Het College krijgt met het genomen besluit ‘slechts’ de ruimte om verder te gaan met het uitwerken van de plannen. Dat kost uiteraard geld. En dit geld (ruim een miljoen euro) is met dit besluit door de Raad beschikbaar gesteld. Het is dus een volgende stap op weg naar terugkeer, maar geen 100% uitgemaakte zaak.

De VVD heeft voor het voorstel gestemd. In het onderstaande zal ik dit toelichten. 

De VVD heeft aangegeven zeker niet tegen terugkeer naar het Oude Stadhuis te zijn, maar terugkeer mag niet leiden tot een lastenverzwaring voor de inwoners en ondernemers van Rijswijk. Zo staat het min of meer in ons verkiezingsprogramma, het coalitieprogramma en het College-werkprogramma. 

Het Huis van de Stad-concept biedt bovendien meerwaarde. Andere maatschappelijke organisaties (Trias, Bibliotheek, Stichting Welzijn Rijswijk, horeca e.d.) worden ook op de Generaal Spoorlaan gehuisvest. Een historische en herkenbare plek waar Rijswijkers voor diverse zaken samenkomen en elkaar ontmoeten.

In het Raadsvoorstel heeft het College op verzoek van de Raad (een motie van o.a. D66 en VVD) twee opties naast elkaar gezet: a. Terugkeer b. Alles bij het oude laten en het Oude Stadhuis slopen.

Waarom zo zwart-wit? Een meerderheid van de Raad en vele Rijswijkers willen het markante pand behouden. Maar -ook al zijn er diverse pogingen ondernomen- er is de afgelopen jaren geen marktpartij gevonden die serieus met het pand aan de slag wil. Ook bij het ontwerp van het ‘torenplan’ was destijds de opdracht in eerste instantie het Oude Stadhuis (of tenminste de publieksfuncties) te behouden. Het is niet gelukt. Vanaf 2009, toen AM Vastgoed het torenplan afblies, zijn er diverse partijen geweest die serieus hebben onderzocht of men iets met het pand kon aanvangen (woningen, zorginstelling, horeca, combinatie etc.). Steeds heeft dit niets opgeleverd. Dus, alle proefballonnetjes van allerlei (politieke) partijen ten spijt, als het menens wordt dan blijkt het voor marktpartijen niet zo makkelijk om daadwerkelijk een sluitende businesscase te realiseren. Ja, misschien wel als de gemeente de risico’s draagt (asbest!) en/of direct of indirect miljoenen wil bijleggen.

De best haalbare en realistische manier om het pand te behouden is dus om ‘kostendragers’ te vinden vanuit de gemeentelijke organisatie danwel maatschappelijke organisaties die direct of indirect met de gemeente zijn verbonden. Terugkeer naar het Oude Stadhuis ligt vanuit die gedachte voor de hand. En bovendien wordt de basis van de financiering verbreed door ook andere organisaties in het pand te huisvesten. 

Zoals gezegd heeft het College de twee opties, terugkeer of sloop, naast elkaar gezet. Uit deze berekening blijkt dat (op termijn) terugkeer naar het Oude Stadhuis (€ 67,4 miljoen over 25 jaar uitgesmeerd) goedkoper is dan alles bij het oude te laten en het Oude Stadhuis te slopen (€ 71,3 miljoen).

Dat is overigens niet zo onlogisch. Het komt neer op de vraag ‘huren’ of ‘kopen’ van een eigen woning. Als je aflost op de hypotheek van een koopwoning, komt deze op enig moment ‘naar je toe’ en nemen de woonlasten af. Bij huren blijft het pand van de huurbaas en betaal je jaarlijks (meer) huur.

Als we kijken naar de berekening en de onderzoeken door het College dan blijkt dat a) terugkeer naar het Oude Stadhuis de minst dure optie is b) terugkeer niet leidt tot lastenverzwaring c) het Huis van de Stad-concept aan de Generaal Spoorlaan in kwalitatief opzicht veel aantrekkelijker is, dan de anonieme kantoorflat in de Boogaard.

Natuurlijk zijn we niet over één nacht ijs gegaan. Natuurlijk hebben we ook -binnen de mogelijkheden die de Raad en de fractie daarvoor heeft- onderzocht of de sommen en uitgangspunten die het College presenteert wel op de juiste grondslagen zijn gebaseerd. We hebben ook een architect (Mark Berg) uit onze gelederen gevraagd de beschikbare stukken tegen het licht te houden en het College kritisch te bevragen. De conclusie was steeds a) kwalitatief mooi  en gedegen plan b) lijkt haalbaar binnen de gestelde financiële kaders.

Zijn er dan geen onzekerheden? Natuurlijk wel! Bij een project van deze omvang zijn er natuurlijk zaken die niet te voorzien zijn. Alleen al het verwijderen van asbest kan soms tot verveelvoudiging van kosten leiden. Ook zal bijvoorbeeld moeten worden voorkomen dat vertrek uit de Boogaard geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor het Boogaard-gebied. 

Daarom heeft de VVD gevraagd om een gedetailleerde risico-analyse met een gedetailleerde uitwerking van de maatregelen om deze risico’s te beheersen (en de kosten hiervan). Bovendien wil de VVD dat de Raad bij iedere vervolgstap wordt betrokken en eventueel nog ‘nee’ kan zeggen als zaken uit de hand zouden lopen. Daarom heeft de VVD -in een eerder stadium- aan het College gevraagd de ontwikkeling van het Huis van de Stad tot een zogenaamd Groot Project te verheffen. Voor een Groot Project gelden tal van spelregels om ervoor te zorgen dat de Raad maximaal aan zet is en vinger aan de pols kan houden. Verder komt er een 2nd opinion op de uitgangspunten en grondslagen van de berekeningen door het College. Tot slot wil de VVD maximale flexibiliteit. Het moet mogelijk zijn om gedurende het project de ontwikkelingen en keuzes aan te passen als voortschrijdend inzicht of nieuwe mogelijkheden zich voordoen.

Kort en goed, zoals ook uitgesproken bij de Raadsbehandeling, het gaat vanaf dit moment voor de VVD om één ding: risicobeheersing en risicomanagement!

Arthur Sterk, fractievoorzitter