Van de voorzitter: de ideale politicus

Iedere verkiezing opnieuw kijkt de VVD, en iedere andere partij, naar haar leden en vraagt zich af: wie van ons is het meest geschikt voor welke positie, op de lijst en daarna in de politieke leiding van onze samenleving. Ik kijk nu sinds 1995 mee binnen de VVD naar dat proces van selecteren van aanstaande politici en ik heb nu in verschillende rollen deel uitgemaakt van dat proces, zowel als toeschouwer, als kandidaat en als bestuurder op zoek naar die meest succesvolle politicus, die meest kansrijke kandidaat.

Er wordt veel geklaagd over politici, terecht of onterecht, nu en in het verleden. Wat willen mensen dan zien in een politicus, wat maakt dat we op een politicus die klachten niet hebben. Wat met andere woorden moet een politicus allemaal zijn wil hij of zij een ideale politicus zijn? Eigenlijk staat dat los van de partijpolitieke inhoud en de partijspecifieke culturele eigenaardigheden. Hoe scoor je in algemene zin hoog op deze nationale schoonheidswedstrijd?

Allereerst komt denk ik vertrouwen. Je wilt iemand die je niet besteelt of oplicht, vanzelfsprekend. We kijken nauwlettend en argwanend of ergens iets is te zien dat verraadt dat iemand toch vooral voor eigenbelang gaat op een of andere manier. Als publiek en jury testen we voortdurend de integriteit van iedere politicus. We speuren naar indicaties die er op wijzen dat het gestelde vertrouwen terecht is. Direct daarmee verband houdend kijken we als publiek naar oprechtheid en authenticiteit. We willen een eerlijk iemand, iemand die op geen manier toneel speelt en continu op het podium staat met zijn of haar ware ik.

We moeten sympathie kunnen voelen, voor de mensen die ons leiden en vertegenwoordigen. We moeten hem of haar leuk kunnen vinden en aardig. En graag ook een beetje geestig trouwens bij tijd en wijle. Aantrekkelijkheid is ook zeker een ding, althans: het helpt als iemand niet onaantrekkelijk is. En menselijk, het helpt als in het leven van de man of vrouw wat tegenslag is geweest, het maatschappelijke succes weliswaar tot heden daar was, maar niettemin de man of vrouw ook zijn of haar fricties en misschien zelfs verdriet kende: levenservaring.

Maar enigszins tegenstrijdig mogen die tegenslagen niet het succesvol trackrecord tot heden hebben onderbroken met al te ernstige kleerscheuren, liever eigenlijk geen kleerscheuren. Liever eigenlijk geen vlekjes, geen enkele, geen geschiedenis waarin verslaving, wangedrag en zeker strafrecht een rol had, binnen de lijntjes, zonder bochten op het rechte pad.

Het is denk ik moeilijk om zonder politieke ervaring direct op een gezichtsbepalende positie terecht te komen en dan ook direct succesvol te zijn. Het kán, maar het is moeilijk en ik denk uitzonderlijk. Je ‘piekt’ al snel te vroeg en struikelt wellicht gemakkelijker dan mensen met wat meer politieke ervaring, en ook de eventuele eigenschap ‘jong’ is daarbij per definitie maar beperkt houdbaar. Daarmee samen hangt ook die gevaarlijke kwalificatie van ‘een belofte zijn’, en dat dan moeten waarmaken. Vooral voor alle nieuwverkozen politieke leiders, de kopstukken, de frontmannen en -vrouwen: wat komt er van terecht. De verwachtingen zijn eigenlijk altijd hooggespannen, en zeker als de klim naar het leiderschap snel en steil was, dan is hoogmoed een inleiding voor een net zo snelle val.

En dan is er ‘talent’, moeilijk te duiden, charisma, uitstraling. Talent gaat over spreken, presenteren en overtuigen. Het gaat ook over wat meer mondaine en misschien onverwachte eigenschappen die alles te maken hebben met hard willen werken. ‘Je huiswerk doen’: geïnformeerd zijn, op de hoogte zijn, weten hoe het zit en wat er al geprobeerd is in het verleden. Weten wat er kan, mag en moet. Politici hebben het zelf in dat verband wel over ‘het vak’, wat inhoudt: het doen. Uren maken achter je bureau, je mening vormen en die communiceerbaar en werkbaar maken. En die mening dan succesvol communiceren en laten werken: impact hebben, voor iedereen in het publiek zichtbaar en naar die politicus in kwestie te herleiden. En talent gaat over gevoel, intuïtie: aanvoelen welke belangen en ambities spelen en doorzien hoe mede- en tegenstanders die ambities en belangen nastreven.

Deskundigheid, expertise en competentie: politici moeten ook echt iets kunnen. Dat is makkelijker aan te tonen door de politieke loopbaan te funderen op een eerdere succesvolle loopbaan buiten de politiek (en zeker binnen de VVD: liever in het bedrijfsleven dan in de overheid) dan door een onafgebroken lijst van politieke functies die vrijwel direct een aanvang neemt na een (bij voorkeur relevante) studie.

We willen iets zien van onszelf. We willen onszelf herkennen, er moet wat nestgeur hangen aan die politicus op een of andere manier. En heel moeilijk: zowel appellerend aan jeugdcultuur áls ouderen. Wie is dit? Bestaat deze figuur echt? Je doet het niet snel goed als politicus, en daar moet je je eerst zelf bij neerleggen. De ideale politicus is als de ideale schoonzoon. Dat is zeker de schoonzoon van iemand, maar niet die van jou.

Met vriendelijke groet,

René Siccama Hiemstra,
voorzitter