Van de voorzitter: Nieuwe structuur

De VVD krijgt een nieuwe structuur, althans dat is de bedoeling. Dat streven past in een lange traditie onder de Nederlandse politieke partijen om lang en uitgebreid over zichzelf te praten en daarnaast ook natuurlijk over elkaar. We praten nationaal vooral veel over de PvdA op het moment, wat minder over D66 en bijna niet over het CDA, maar dat kan zo omslaan, als er nieuwe sterren aan het firmament stralen, als er een rel is over het een of ander, of als er op een of andere manier crisis ontstaat.

Er is zeker een soort crisis die alle politieke partijen aangaat, namelijk die van de aanhoudend teruglopende ledenaantallen – maar dat is wel een heel langgerekte crisis die heel lang duurt en niet overgaat. In Nederland en vrijwel overal in Europa worden we daarnaast geconfronteerd met teruglopende opkomstpercentages voor de verkiezingen, ook al heel lang. Het lijkt alsof het de mensen steeds iets minder kan schelen wie er met welke denkbeelden in zijn of haar hoofd aan het besturen is. Het is te interpreteren als dalende interesse: ‘het maakt allemaal toch niet uit wat ik stem, bestuurders doen wat hen uitkomt.’ Het is net zo gemakkelijk te interpreteren als toenemend vertrouwen: ‘laat onze bestuurders maar gewoon aan het werk, het komt wel goed.’ Hoe je het ook interpreteert, onverschilligheid lijkt toe te nemen.

We maken ons zorgen over onszelf binnen de VVD en dan is een frisse, verse structuur op zijn plaats (daar hebben we tenminste direct invloed op). Maar eigenlijk gaat het naar mijn indruk helemaal niet zo slecht aan die binnenkant. De VVD regeert met de PvdA, levert de premier en tal van uitstekende bewindslieden, er is een Tweede Kamer waar 41 VVD Kamerleden hun stempel drukken. Als altijd is de sfeer binnen de partij druk en goed en vrolijk, optimistisch, in Rijswijk en vrijwel overal eigenlijk wel. Een winning mood zou ik bijna zeggen, die trouwens zolang ik het me kan herinneren altijd al wel wat om en in de VVD hangt.

Wat lost het veranderen van de structuur eigenlijk op? De veranderingen moeten de VVD bestendig maken tegen nog weer verder teruglopende aantallen leden. Tot nu toe was de VVD bestendig, want die ledenaantallen lopen al sinds de jaren 80 terug maar de VVD deed het tot heden – op en af – prima. Daarnaast moet het de VVD aantrekkelijker maken om aan mee te doen, niet alleen als lid maar überhaupt. Dat is natuurlijk goed. Maar laten we vooral niet teveel repareren wat eigenlijk niet kapot is. Zou het kunnen dat het de weg is waar wat aan mankeert in plaats van de auto: hebben we misschien een schep nodig in plaats van een krik. Is dit wel het probleem van een politieke partij? Is dit misschien niet ook of misschien wel vooral het probleem van de overheid zelf, als geheel en groter, dat van de samenleving en de gemeenschap? Dat het mensen sowieso niet meer zoveel uitmaakt, verenigingen en het lidmaatschap daarvan, naar vergaderingen gaan om over iets te stemmen. Überhaupt te gaan stemmen, überhaupt je druk te maken over de gemeenschap, over het invullen van je burgerschap.

Henri Keizer, voorzitter van het landelijke hoofdbestuur, sprak onlangs in Rijswijk op ons politiek café en wees ons erop dat sinds de oprichting van de VVD door de leden Stikker en Oud er niet veel is gedaan aan het onderhoud. En hij heeft gelijk. Een partijstructuur uit 1948 is misschien niet helemaal synchroon met wat er in 2015 kan. Dus we pakken het aan. Tegelijk waken we er in Rijswijk voor dat we, wat we hebben, we houden. We hebben een goede afdeling die loopt als een trein. Zeker kunnen we nog wel wat leden gebruiken, graag, maar er valt verder niet zo heel veel te repareren. Of is er een crisis?

Met vriendelijke groet,

René Siccama Hiemstra,

voorzitter